Buidels waren in de middeleeuwen onmisbaar en werden voor verschillende doeleinden gebruikt.
Buidels werden vaak gemaakt van (geborduurde) zijde, brocaat, fluweel, lampas of andere kostbare stoffen. De afmetingen varieerden, maar waren meestal kleiner dan 20 × 20 cm. Ze waren vaak voorzien van flosjes aan de onderkant en trekkoorden of een sluitflap aan de bovenkant, zodat de buidel goed kon worden afgesloten.
De trekkoorden waren vaak gemaakt met de techniek van het vingerlusvlechten of kaartweven. De zijkanten van de buidel konden eenvoudig aan elkaar genaaid zijn, maar ook met een geweven kaartband aan elkaar worden bevestigd.
Buidels werden gebruikt voor persoonlijke bezittingen of als aalmoezenbeurs. Ze dienden onder andere voor het bewaren van voedsel, sieraden, amuletten of praktische voorwerpen, zoals lavendelzakjes.
Geldbeurzen waren vaak kleiner van formaat en gevoerd met soepel leer, waardoor ze beter bestand waren tegen de slijtage die het gewicht van de munten veroorzaakte. Sommige beurzen hadden bovendien een extra vakje aan de binnenkant om verschillende munten te scheiden of om andere kostbaarheden, zoals edelstenen of zegels, in te bewaren.
Buidels werden ook als huwelijksgeschenk gegeven. Deze waren vaak versierd met geborduurde afbeeldingen van romantische taferelen.
Vanwege hun materiële waarde werden buidels soms ook aan de kerk geschonken. Ze kregen dan een nieuwe functie als reliekhouder, waarin relieken werden bewaard. Deze buidels staan bekend als reliekbuidels, of sacculi reliquiarum.
Bronnen:
- Tongeren, Basiliek van O.L. Vrouw Geboorte (1988)
- Stof uit de Kist (1991)
- Textiel in Context – Hanna Zimmerman (2007)
- Textiles and Clothing 1150–1450 (1992)
Reactie plaatsen
Reacties