Laten we het hebben over de middeleeuwse borduurders. Wie waren ze, wat weten we over hun opleiding en waar werkten ze? Helaas is er weinig documentatie overgebleven over de mensen achter de pracht en praal van zijde en gouddraad, maar we weten wel een aantal dingen.
Rond de 14e eeuw werden in Parijs, Frankrijk, reguleringen voor de borduurgilden opgesteld.
In één van deze regels staat: "Verder mag geen enkele man of vrouw aan het genoemde handwerk werken bij kaarslicht, maar alleen zolang er daglicht is, want het werk dat men 's avonds doet, kan niet zo goed of vaardig gedaan worden als dat wat men overdag doet." Hieruit weten we dat er binnen de gilden strenge regels golden voor de kwaliteit van het geleverde werk.
In deze gilden werkten ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Dat weten we omdat families werkplaatsen openden waarin zowel de man als de vrouw werkte. Zij gaven hun kennis door aan hun kinderen en namen hen als leerling aan. Zo werd het borduurdersambacht van generatie op generatie doorgegeven.
De opleiding van een leerling duurde 8 jaar. In deze periode moest de leerling het fijne handwerk en de verschillende steken leren. Hierop werd streng toezicht gehouden door zogenoemde jurés, opzichters of controleurs uit het borduurdersgilde.
Maar er werd niet alleen geborduurd in gilden; ook in kloosters was borduren een aanvaardbare bezigheid, zolang het maar gewijd was aan waardige doeleinden (kerkelijke gebruiksartikelen) en het niet afleidde van de aanbidding.
Voor kleine projecten werd meestal één persoon verantwoordelijk gehouden voor het borduurwerk, zoals bij buidels, mijters of kussens.
Maar bij grotere projecten werd er vaak een heel team van borduurders ingezet. Zo waren er in 1330 voor het maken van drie spreien voor koningin Philippa maar liefst 112 mensen nodig. Daarbij moet je niet alleen denken aan borduurders, maar ook aan ontwerpers van de patronen en andere vakmensen.
Reactie plaatsen
Reacties